02 363 12 11

Ballondilatatie

Ballondilatatie of PTLA (= percutaneous transluminal limb arterioplasty)

Het hart pompt het bloed door de arteries (slagaders) naar de organen en ledematen. Dat bloed keert terug naar het hart doorheen de venen (aders). Slagaders en aders samen vormen zo de bloedcirculatie.

Vernauwingen in slagaders worden meestal veroorzaakt door aderverkalking. Als slagaders verstoppen krijgen de organen of ledematen minder bloed, waardoor ze minder goed functioneren.

Iedereen krijgt vanaf een zekere leeftijd aderverkalking. Maar er zijn mensen bij wie het veel vroeger en sneller optreedt. Of je veel kans hebt op hart- en vaatziekten hangt af van je risicoprofiel. De typische cardiovasculaire risicofactoren zijn: roken, diabetes, hoge bloeddruk, teveel cholesterol, familiale belasting, overgewicht en te weinig beweging.

De spieren in de benen bijvoorbeeld vragen veel bloed als ze een inspanning moeten doen. Tekort aan bloed veroorzaakt pijn. Daarom moeten die patienten bij het stappen regelmatig stoppen om de spieren even te laten rusten. Dat noemen we claudicatio (etalage- of vitrineziekte: patienten blijven voor een etalage even staan kijken om de pijn in de benen te laten wegtrekken). Sommige patienten zijn er erger aan toe, ze hebben niet alleen pijn bij inspanning maar ook in rust. In de ergste gevallen begint een deel van het lidmaat af te sterven door tekort aan bloed: er ontstaan gaten in de huid (ulcera) of tenen worden zwart, de kans bestaat dat een amputatie de enige oplossing is.

Wat doen we precies tijdens de ingreep?

De ingreep gebeurt bijna altijd onder verdoving. Als de preoperatieve onderzoeken (bloedafname en cardiogram)  in ons ziekenhuis gebeurden komen die automatisch in uw dossier. Als de preoperatieve onderzoeken elders gebeurden, moet u de resultaten zelf meebrengen naar het onderzoek.

Bij een dilatatie gaan we een vernauwing of verstopping van een bloedvat openblazen met een balonnetje. Hiervoor prikken we met een brede holle naald in de liesslagader, daarom moeten beide liezen voor de operatie helemaal geschoren zijn. Doorheen deze naald kunnen we dan een balonnetje opschuiven in de slagader tot op de plaats van de vernauwing. Door het balonnetje op te blazen rekken we de vernauwing open, waardoor het bloed nadien terug vlot kan doorstromen. Indien de vernauwing na het balonneren terug dichtklapt, wordt een stent geplaatst: dat is een metalen spiraaltje die de slagader openhoudt.

De naald laat natuurlijk een gaatje na in de slagader. Die slagader staat onder druk (de bloeddruk). Als het gaatje niet goed afgestopt wordt kan dat op korte tijd heel wat bloedverlies veroorzaken. Er zijn twee manieren om het gaatje te dichten: ofwel met een stevig drukverband in de lies dat voldoende lang ter plaatse moet blijven, ofwel met een propje dat met een speciaal apparaatje geplaatst wordt op het einde van de ingreep.

Zowel vòòr als na de operatie is het juiste gebruik van bloedverdunners van groot belang, dat wordt voor elke patient individueel geregeld.

Richtlijnen na de operatie:

  • De ingreep gebeurde onder:

Volledige verdoving

Ruggenprikje (rachi-anesthesie)

Lokale verdoving

  • De ingreep gebeurde:

Via het dagziekenhuis, dan moet u ten laatste om 18.00 uur naar huis

Via hospitalisatie, dan mag u pas ’s anderendaags naar huis

  • De eerste uren na de ingreep moet u rustig op uw rug in bed blijven liggen. Dat is om bloeding in de lies te vermijden. Zeker de lies die we aangeprikt hebben moet mooi gestrekt blijven, dat been mag zeker niet opgetrokken of geplooid worden. U mag ook niet op uw zij of buik gaan liggen.

  • Als er een drukverband aangelegd werd in de lies, mag u dat nooit zelf losmaken of verwijderen. De verpleging weet wanneer dat wel mag.

  • Sommige patienten hebben een blaassonde, omdat ze niet uit bed mogen komen om te plassen.

  • U mag beginnen bewegen in bed of wat rechtop komen zitten:

4 uur na de ingreep

de avond van de ingreep

de ochtend na de ingreep

  • De eerste keer uit bed komen mag alleen met toestemming van de verpleegkundige.

  • Als er geen nabloeding in de lies is, mag je ’s avonds eten.

  • Patienten via het dagziekenhuis mogen naar huis op voorwaarde dat het been goed wakker is, dat ze kunnen eten en drinken, maar vooral dat ze goed kunnen plassen. De verpleging volgt dat nauwgezet op.

  • Bloedverdunners worden voor elke patient afzonderlijk geregeld.

  • Een controle afspraak bij de vaatchirurg wordt meegegeven bij ontslag. Vraag tijdig de nodige attesten voor het werk of medicatie.

  • Deze ingreep is meestal niet pijnlijk. Indien er toch last gevoeld wordt kan een gewone pijnstiller helpen, bvb Dafalgan.

  • Gedurende een week lang mag de lies niet te fel geplooid worden om nabloeding te vermijden. Fietsen en autorijden bijvoorbeeld is af te raden, maar rondstappen is geen probleem.