02 363 12 11

Wanneer spreekt men van obesitas?

Obesitas is een ziekte die wordt gekenmerkt door een overmatige vetophoping in het lichaam. Dit kan in kaart gebracht worden door twee metingen, namelijk de Body Mass Index (BMI) en de middelomtrek.


De BMI geeft de verhouding van het gewicht weer ten opzichte van de lengte. Het geeft een idee van de hoeveelheid lichaamsvet. BMI is niet van toepassing op kinderen, bejaarden en personen met een hoge spiermassa zoals body builders. BMI waarden houden geen rekening met geslacht, leeftijd en etnische origine.

Formule om BMI te berekenen:


BMI (kg/m²) = lichaamsgewicht (kg) / kwadraat van de lengte (m²)
BMI lager dan 18,5  Ondergewicht
BMI tussen 18,5 en 24,9  Normaal gewicht
BMI tussen 25 en 29,9  Overgewicht
BMI tussen 30 en 40  Obesitas
BMI hoger dan 40  Morbide obesitas

Naast de hoeveelheid is ook de verdeling van het lichaamsvet van belang. Hiervoor is de middelomtrek van belang. Een abdominale vetverdeling heeft grotere gezondheidsrisico’s dan een meer perifere vetverdeling omdat er een vetopstapeling is rond de buikstreek terwijl bij een perifere vetopstapeling het vet zich rond de heupen of billen bevindt.


Deze criteria verschillen naargelang geslacht:
Mannen Minder dan 94 cm Normaal
Tussen 94 en 102 cm Verhoogd risico
Meer dan 102 cm Zeer verhoogd risico
Vrouwen Minder dan 80 cm Normaal
Tussen 80 en 88 cm Verhoogd risico
Meer dan 88 cm Zeer verhoogd risico

Oorzaken van obesitas

Zwaarlijvigheid heeft verschillende oorzaken en ontwikkelt over verschillende jaren heen. De voornaamste oorzaken van zwaarlijvigheid worden hieronder opgesomd.

Overmatig eten

Een stabiel gewicht behoudt men als men evenveel eet ten opzichte van wat men verbruikt. Indien men meer eet ten opzichte van wat men verbruikt, zal men bijkomen. Door dit onevenwicht tussen voedingsinname en verbruik, zal de niet verbruikte energie zich omzetten in vetmassa. Indien men minder energierijk eet en/of meer beweegt zal men dus vermageren.

Slechte eetgewoonte

Naast de hoeveelheid die men eet, is ook wat men eet belangrijk. Men maakt verkeerde keuzes binnen de eetgewoontes: het eten van fastfood, kant-en-klare maaltijden, het drinken van frisdrank en alcohol, het overslaan van maaltijden, het onregelmatig eten of extern eten,…

Tekort aan lichaamsbeweging

Zoals eerder aangehaald is het lichaamsgewicht afhankelijk van het verbruik en inname van energie. Het verbruik van energie kan men verhogen door aan lichaamsbeweging te doen. Een tekort aan lichaamsbeweging bepaalt dus mee het gewicht en dus ook de zwaarlijvigheid van een persoon.

Psychologische oorzaken

Emotionele factoren kunnen gestoord eetgedrag in de hand werken. Emotionele factoren zijn bijvoorbeeld schaamte, negatief zelfbeeld, gepest worden,… Deze factoren kunnen dus leiden tot snoepgedrag, eetbuien,…

Medische oorzaken

Schildklierproblemen kunnen een oorzaak zijn van een te hoog lichaamsgewicht. Een te traag werkende schildklier zorgt voor het vertragen van de stofwisseling, met een gewichtstoename tot gevolg, alsook het syndroom van Cushing dat gepaard gaat met een overmatige cortisolproductie. Deze afwijkingen zijn eerder uitzonderingen.

Genetische voorbeschiktheid

De genen die verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen van overgewicht zijn grotendeels onbekend. Het is eerder de opvoeding, de manier van eten, de porties, de bereidingswijze van het eten,… dat wordt doorgegeven van ouder op kind dat het gewicht van het kind zal beïnvloeden.

Medicatie

Bepaalde medicatie kunnen het gevoel van verzadiging beïnvloeden en/of de eetlust stimuleren. Dit kan uiteraard bijdragen tot een toename in gewicht. Deze medicijnen zijn bijvoorbeeld anti-epileptica, psychoactieve geneesmiddelen en anti-diabetica.


Gevolgen van obesitas

Obesitas is gerelateerd aan verschillende gezondheidsproblemen. Het kan zowel mentale als fysische gevolgen hebben.


  • De mentale gevolgen zijn bijvoorbeeld een negatief zelfbeeld, depressie,  sociaal isolement,…
  • De lichamelijke gevolgen zijn verhoogd risico op suikerziekte, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, verhoogd cholesterol, ademhalingsproblemen, galstenen, leververvetting, gewrichtsklachten en kanker.