02 363 12 11

Weetjes

Wist je dat?

Binnen het ziekenhuis zijn verschillende interessante weetjes.

Wist je dat “het oude ziekenhuis” in de stad gebouwd was op de grondvesten van het vroegere kasteel van Halle? De patiënten hebben spijtig genoeg nooit geweten dat zij eigenlijk kasteelbezoekers waren. De bewoners van het nieuwe rusthuis worden dus in de toekomst kasteelheren en kasteelvrouwen!

Wist je dat het nieuwe ziekenhuis op een heidense plek gebouwd is? Het hele verhaal leest u hieronder:

De Grote Weide heeft niet altijd deze naam gedragen. In de 14de eeuw wordt er voor de eerste maal gesproken over de “Groote Vijver”, de plaats waar nu het ziekenhuis staat. “Van aan de Kwapoort tot aan de brug met de Zenne, thans de Arckensbrugge geheeten, vormde de Zenne een grooten waterkom die bijna gansch de plaats innam tusschen de Boschstraat en de Bergenstraat”. Zo staat vermeld in de “Geschiedenis van Halle” door L. Everaert.
Vóór deze periode, tijdens de Gallische tijd, sprak men van de Helleputte en de Hellegracht die ontsprong in Pepingen.
Deze benaming komt van de prechristianistische periode toen de godin Hella, de godin van de dood, vereerd werd in de Hellebossen, het huidige Hallerbos. De Helleputte bevond zich tussen de Duivelsberg, de Venusberg en de Nikkerberg dewelke nog steeds op het huidige plan van Halle te vinden zijn. ’s Nachts dansten de godin met haar nymfen rond de plas met de zielen van de drenkelingen. Door gezang trachtten zij stervelingen in de vijver te lokken. Jaarlijks trokken de stedelingen rond de Helleput en brachten offers om de godin gunstig te stemmen om geen mensen meer in de vijver te lokken.

In de 14de eeuw veranderden de namen: de Hellegracht werd Groebegracht en de Helleput Groote Vijver. Zeker is dat deze Groote Vijver een deel was van de verdedigingswerken van de stad en dat hij door de eeuwen heen door mensenhanden werd veranderd.

De stad Halle was vroeger een versterkte “poorte”. Ondanks haar ligging in het Hertogdom Brabant was Halle het bezit van de graven van Henegouwen door een erfgoed dat de heilige Waldetrurdis aan de abdij van Bergen had geschonken. Het graafschap en het hertogdom leefden voortdurend in onenigheid zodat Halle wel verdediging nodig had tegen de omliggende streken (Beersel, Gaasbeek) die trouw waren aan Brabant.

Eind 14de eeuw begon het Kasteel van Halle een verdediging te bouwen met wachttorens, stadspoorten en grachten. Door zijn ligging aan de Zenne en de vele natuurlijke beken werd de verdediging versterkt.
De Grobbegracht werd door mensenhanden verder uitgediept en voorzag de vijver van meer water. De afvoer van de vijver naar de Zenne werd de “Rieu de Vijverborre” genoemd = de gracht van het vijverwater, eveneens door mensenhanden gegraven.

In die tijd leefden de mensen veel dichter bij water en bos en beiden waren onafscheidelijk met elkaar verbonden. Naast verdediging hadden deze waterlopen en vijvers nog een ander nut. Door het stromende water waren de vestingen een visrijk gebied. Visvangst werd gereglementeerd door wetten en er bestonden straffen op visstroperij. Edellieden hadden het recht om “zeevisch” te vangen , vis uit de rivieren, de armen daarentegen waren aangewezen op de vijvers. In Halle was er ook al een officiële vismarkt. Dit wordt gestaafd door oude baljuwrekeningen en notarisverslagen die in het archief in Brussel terug te vinden zijn.

De vistoelevering had een groot voordeel voor de voedselvoorziening van de bevolking in deze tijd van katholicisme en boetedoening. In de 14de en 15de eeuw telde het jaar niet minder dan 206 vastendagen waarop men vlees moest derven en enkel vis toegelaten was.

De tijden veranderden, de kloosterroepingen verminderden, het protestantisme kwam op en de visbehoefte daalde. De versterkingen werden minder nodig en vele vijvers werden gedempt en veranderd in weiden of boomgaarden. 

Het droogleggen ging ook gepaard met het ontbossen, opgelegd door de overheid om akkers aan te leggen in de tijd van Lodewijk IVX tijdens de grote hongersnood. In de strenge winter van 1709 vroren vele van de resterende bomen eveneens kapot. Al deze veranderingen hadden een zeer nadelige invloed op de streek. Herhaaldelijk ontstonden op deze plaatsen, waar vroeger vijvers en beken waren, overstromingen. Het huidige gebied van de grote weide is gekend als overstromingsgebied voor de omstreken.
In geschriften van die tijd spreekt men van “Lange Weide” of “Offener Weiher”of “la Grande Prairie”.

Zo ontstond de naam “Grote Weide”. 
Vele van de vroegere benamingen zijn nog terug te vinden. De Grobbegracht bestaat nog steeds, de Bergenstraat werd de August Demaeghtlaan, Elbeek, …
Maar uit de heidense geschiedenis, verbonden aan deze plek, is nog een huidig gebruik overgebleven : de weg beschreven voor de trek rond de vijver om de godin van de dood, Hella, gunstig te stemmen is identiek aan de huidige processie voor de Heilige Maagd, vroeger vermeld als “le Grand Tour de la Vièrge autour la Grande Prairie”. Dit is de oorsprong van de “Weg Om”, de processie waarin Halle nog elk jaar O.L.Vrouw eert.

Datum laatste aanpassing: 18.07.2017 - Communicatiedienst i.s.m. directie